‘Cliënten nemen mij niet aan om mee te huilen, maar om dingen voor elkaar te krijgen’

Vandaag in het Algemeen Dagblad een interview met Sébas Diekstra over zijn werk als slachtofferadvocaat maar ook over de weg die hem uiteindelijk zover heeft gebracht.

Sébas Diekstra is de laatste jaren uitgegroeid tot dé slachtofferadvocaat van Nederland. ,,Mensen worden vaak vermorzeld door het systeem. Daar wil ik iets aan doen.’’

De lijst geruchtmakende zaken waarin hij de nabestaanden bijstaat, is lang: de ouders van Ivana Smit (het fotomodel dat in Kuala Lumpur overleed), de zus en vader van Rowena Rikkers (het ‘meisje van Nulde’), de vader van Roos (één van de slachtoffers van de tramaanslag in Utrecht), de vriend van de vermoorde Anne Faber, de vader van Sharleyne (het meisje dat van een balkon zou zijn gevallen).

De 39-jarige Diekstra is bijna geheel gespecialiseerd in het bijstaan van nabestaanden en slachtoffers. De kiem daarvoor ontsproot in 1996. Diekstra is 16 jaar en ziet zijn vader, die al maanden depressief is, voor zich uit staren; alsof hij er niet is. Hij slaat zijn armen om hem heen en zegt: ,,Je gaat vandaag toch geen gekke dingen doen, hè pappie?’’ ‘Pappie’ is René Diekstra, destijds Neerlands meest gevierde psycholoog. Hij is van zijn voetstuk gevallen en in een diep ravijn gedonderd na een vermeende plagiaatkwestie. Vader Diekstra is zijn professorale statuur kwijt en vertrekt bij de Rijksuniversiteit Leiden. Hij is niet langer de gevierde columnist, tv-programma’s bellen hem niet meer voor zijn analyses, en zijn boeken staan niet meer in de top tien. Professor Dr. René Diekstra die een handvol boeken over zelfdoding publiceerde, zit thuis, is depressief en lijkt nu zelf suïcidaal.

,,Wat er toen met hem is gebeurd, was voor mij een trigger om voortaan zelf rechtvaardigheid af te kunnen dwingen. Ik zie mezelf niet bij iedere zaak met menselijk leed weer als 16-jarige puber met een depressieve vader, maar die periode heeft me enorm gevormd. ,,In 90 procent van de zaken die ik heb, heeft de rechter het over het ‘leed dat de nabestaanden is aangedaan’. Dat leed moet rechtgezet worden, vind ik. Maar de mogelijkheden in het systeem zijn beperkt. Ik zou heel blij zijn als de slachtofferpartij een echt volwaardige positie krijgt, zoals in Duitsland de Nebenkläger. Dat zij ook onderzoekswensen in kunnen dienen en op de aanklacht kunnen sturen. Dat zij ook vragen mogen stellen aan getuigen en de verdachte, natuurlijk wel met de verplichting dat ze worden bijgestaan door een advocaat. Nu is er spreekrecht, maar slachtoffers zijn verder veel te afhankelijk van het OM. Misschien had de vader van Roos zelf aan de tramschutter willen vragen waarom hij juist op háár schoot, misschien wilde hij zaken beter laten onderzoeken. Een proces moet een herstel bij alle partijen bewerkstelligen. Als er vragen blijven liggen, omdat ze bijvoorbeeld door de officier van justitie niet gesteld worden, dan gaat dat ten koste van dat herstel.’’

Scherpe lijnen
Diekstra heeft dezelfde scherpe lijnen in zijn gezicht als zijn vader. Hij formuleert zijn zinnen even helder. ,,Ja, ik lijk op mijn vader. Dat hoor ik vaak. Ik vraag mijn vader ook om advies hoe ik sommige zaken tactisch kan aanpakken. Hij heeft als psycholoog alles voorbij zien komen en weet als geen ander hoe mensen werken.

,,Die relatie tussen vader en zoon lag heel anders in 1996. Mijn oudere broer was het huis al uit en mijn andere broer half. Mijn moeder en ik deelden de zorg als hij ging wandelen. ‘Hij is nog steeds niet terug’, zei mijn moeder dan. Komt ie nog wel terug, dacht ik dan, het zal toch niet? Een heftige shitperiode. Tegelijkertijd was ik 16, een puber die de meerwaarde van de middelbare school niet zag. In die tijd wilde ik het leger in. Ik kan me niet meer goed verplaatsen in mijn motieven op dat moment.

Marechaussee
,,Ik solliciteerde bij de Koninklijke Marechaussee en begon daar als wachtmeester-opsporingsambtenaar. Dat leek mij zinvol werk. Hulp verlenen aan mensen die dat nodig hadden en zaken oplossen, de waarheid boven tafel krijgen, dát wilde ik. Binnen de Marechaussee wilde ik hogerop. Ik ging toch studeren. Ik had geen studentenleven, maar stond om zeven uur op, ging sporten en de dag kon beginnen. De militaire discipline heeft me er als een raket doorheen gestuwd. Na mijn basisdoctoraal werd ik toegelaten tot de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 2007 werd ik bevorderd tot luitenant en had ik de leiding over een team van meer dan dertig militairen. In 2012 maakte ik de stap naar de advocatuur. Ik was 32 jaar. Veel advocaten beginnen dan pas. Ik had al twaalf jaar werkervaring.’’

Drie jaar geleden belandde hij bij het SBS6-televisieprogramma Moord of Zelfmoord, waarin werd onderzocht of er tóch geen misdrijf was gepleegd bij de dood van een geliefde. ,,Leed dat ontstaat wanneer politie en justitie hun werk niet goed doen of slecht met nabestaanden communiceren. Toen werd ik heel zichtbaar op dit gebied. Dat is nu mijn praktijk. Normale strafzaken doe ik eigenlijk niet meer.’’

Loskoppelen
,,Ik heb vier kids en als ik thuiskom, ben ik niet meer met het leed van mijn zaken bezig. In al die zaken is mijn emotie meer frustratie en boosheid dan dat ik verzuip in het leed. Cliënten nemen mij niet in de arm om mee te huilen, maar om dingen voor elkaar te krijgen. Als nabestaanden iets willen, probeer ik dat te regelen. De ene keer lukt dat door heel goed met het OM samen te werken. De andere keer is het beter om vol de confrontatie aan te gaan. Als er ergens stampij ontstaat en ik krijg zo mijn zin, dan doe ik dat. Ik denk dan als een militair. Als ik dit doe, wat doet de tegenpartij dan, krijg ik mijn zin? En ja, dan overleg ik soms met mijn vader. Nog steeds.’’

Ook al lukt het niet om gerechtigheid te krijgen, de strijd op zich kan ook louterend werken. ,,Nabestaanden willen op zijn minst voldoening. Neem de zaak van Ivana Smit. Dat Amerikaanse koppel was erbij toen ze overleed in Kuala Lumpur. Als die zaak voor de strafrechter komt en echt wordt uitgekauwd, ook al leidt het niet direct tot een veroordeling, dan kun je als familie mogelijk toch een zekere rust vinden. Dan heeft het verhaal een duidelijk einde en heb je als nabestaanden gedaan wat je kon. Maar helaas lukt dat niet altijd.

Als er ergens stampij ontstaat en ik krijg zo mijn zin, dan doe ik dat

Klinisch
,,Het interesseert me niet hoe iemand leefde. Ik heb talloze zaken waarbij jongvolwassenen dronken werden, te veel drugs innamen of toegediend kregen en het dan fout gaat. Ik zeg dan tegen de nabestaanden: wat je kind heeft gedaan, maakt niet uit. De vraag is: wat is er gebeurd waardoor je kind is overleden? Ik probeer er zo klinisch mogelijk naar te kijken.

,,De drive van de nabestaanden is vaak loyaliteit aan de overledene om iets recht te zetten. Die vasthoudendheid leidt er soms toe dat zaken worden heropend, zoals bij Sharleyne en Ivana Smit. Het is dan een enorme opluchting als de zaak een vervolg krijgt.’’

Hij herkent die drive. Als jochie van 16 lukte het hem niet om zijn vader te beschermen of te verdedigen. ,,Terugkijkend geloof ik dat de ongefundeerde beschuldigingen van wetenschappelijke onzorgvuldigheid aan het adres van mijn vader en de ellende waar hij zich, gelukkig, boven uit heeft weten te vechten, mijn gevoeligheid voor onrecht sterk hebben vergroot. Als ik mijn vader in die tijd als advocaat had bijgestaan, had ik de verantwoordelijken voor deze academische karaktermoord aan hun haren voor het gerecht gesleept. Dat de zaak tot op heden nog nooit heropend is, zegt overigens wel iets over het besef van kwaliteit binnen de Leidse universiteit.’’

Bron: Algemeen Dagblad
Tekst: Ton Voermans
Foto: Marco de Swart