Onderzoek naar dood Orlando op laag pitje

Het onderzoek naar de dood van de Rotterdamse tiener Orlando Boldewijn (17) loopt ten einde. Het rechercheteam is inmiddels aanzienlijk in mankracht teruggebracht. Bij de familie leeft de vrees dat straks de zaak wordt gesloten zonder dat het mysterieuze overlijden van Orlando is opgelost.

Het rechercheteam van de politie dat het onderzoek doet naar de onder verdachte omstandigheden overleden scholier is inmiddels aanzienlijk verkleind. Advocaat Sébas Diekstra, die de familie van het slachtoffer bijstaat, bevestigt dat. De raadsman zegt dat de familie heeft vernomen dat er nog maar beperkt onderzoek wordt gedaan naar de toedracht van het overlijden van Orlando.

,,Voor de nabestaanden zou het onverteerbaar zijn als de zaak nu zou worden gesloten, zonder dat er duidelijkheid is gekomen over wat er exact met Orlando is gebeurd”, reageert Diekstra.

De 27-jarige Hagenaar Roy B. wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van Orlando in februari dit jaar. Orlando was na een date met Roy B. acht dagen vermist voordat hij dood in plas de Blauwe Loper in de Haagse wijk Ypenburg werd gevonden. Zijn stoffelijk overschot lag op de plek waar Roy B. vaak met zijn drijvende vissershuisje lag aangemeerd. Bij de politie heeft hij verklaard Orlando aan zijn lot te hebben overgelaten. Hij sloeg naar zijn zeggen geen alarm toen hij Orlando na hun date in het water zag.

Volgens de raadsman lijkt er nu niet te kunnen worden vastgesteld dat Roy B. Orlando dood wilde toen hij hem aan zijn lot overliet. Diekstra: ,,De verdachte zou in ieder geval verklaard hebben dat hij op enig moment wakker werd en Orlando zou hebben horen roepen. Hij zou Orlando in het water hebben gezien en geen hulp hebben verleend of 112 gebeld.”

Diekstra laat namens de nabestaanden van Orlando weten dat zij het niet kunnen verkroppen dat het geen hulp verlenen aan een hulpbehoevende in Nederland slechts een overtreding is en daar een maximale hechtenis van drie maanden op staat als het slachtoffer komt te overlijden.

,,Iemand aan zijn lot overlaten waarop de dood volgt, zou minimaal als een misdrijf moeten worden aangemerkt met daarbij de dreiging van een serieuze maximale gevangenisstraf.”

De raadsman laat weten het verdere onderzoek nauwlettend in de gaten te zullen houden.

(Algemeen Dagblad)